Cor Lauwerijssen biografie deel 1

Uit mijn jeugdjaren bleven slechts weinig foto's bewaard.  Op deze pagina staan er een aantal die gemaaktOude gasthuis te Oisterwijk waar Cor Lauwerijssen op 21 augustus werd geboren. werden tussen 1968 en 1972. Andere kiekjes van wat langer geleden kom je gaandeweg in het verhaal tegen. Huize Nazareth, tjonge jonge! Voor ik het wist woonde ik daar vanaf 1958 t/m 1966. Om maar met de deur in huis te vallen; Cor Lauwerijssen werd op 21 augustus 1950 geboren in het oude Gasthuis te Oisterwijk. Hetzelfde gasthuis waar Jan Vuisters, "de schrijver van het Puk en Muk toneelstuk uit 1938 " is overleden. Kort na mijn geboorte kwam ik in Tilburg terecht. Het klinkt misschien ongelooflijk maar ik kan me uit dat verre verleden behoorlijk veel voor de geest halen.


Cor Lauwerijssen van de Puk en Muk site op 18 jarige leeftijd in 1968 te Oisterwijk       Cor Lauwerijssen van de Puk en muk site 19 jaar zomer 1970 te Vreda        Cor Lauwerijssen van de Puk en Muk site 1971 te Breda       Cor Lauwerijssen van de Puk en Muk site zomer 1972 breda 

Mijn verhaal gaat anno 2015 vijfenzestig jaar terug in de tijd. Dat is heel wat leesvoer en nogal complex. Daarom heb ik het in grote lijnen bewust opgesplitst. Het maakt het lezen wat aantrekkelijker. 

Dit is mijn moeder, waarmee ik een zeer hechte band had. Mam zag er op latere leeftijd nog verdomd goed uit. Daar was ik Moeder van Cor Lauwerijssen van de Puk en Muk sitebest trots op. Het was een simpele ziel, behulpzaam voor anderen en zelf snel tevreden. Als ik zo op latere leeftijd terug kijk op haar leven dan heeft ze niet gevonden waar ze naar zocht. Tijdens het stapsgewijs opbouwen van deze site kwamen steeds meer herinneringen aan de oppervlakte. Nu had ik van nature al een ijzersterk geheugen maar toch kwam er steeds weer wat nieuws boven borrelen. Terwijl ik aan dit gedeelte van de site werk kijk ik zoals gewoonlijk even naar de urn die hier bij me staat. Ja mam, denk ik bij mezelf, je zit nu niet alleen in mijn geheugen maar je staat nu ook op het internet. Ons mam, altijd is ze erbij als ik hier zit te klooien. Moeder was een goed mens. Het is net of ik haar weer met dat lachende gezichtje voor me zie en hoor zeggen: och, onze Cor toch, die kan het ook afgeven. Nou mam, dat weet je hé, daar gaat ie dan. Tenslotte is het ook jouw verhaal, want wat hebben we samen veel meegemaakt!

 Poster van het koloniehuis in Schiermonnikoog    St Egbert Schiermonnikoog    Zaal van het koloniehuis te Schiermonnikoog   

 

In de jaren voorafgaand aan de plaatsing in dat internaat, had ik last van ernstige bloedarmoede. Op mijn Oude Tilburgse stationvijfde vertrok ik daarom naar een gezondheidskolonie op Schiermonnikoog. Mam moest zich met mij melden op het oude Tilburgse station. Na controle van de checklist werd ik voor het eerst van mijn leven met heel veel andere kindertjes op de trein gezet. Op het moment dat deze zich in gang zette probeerde moeke een papieren zak met sinaasappelen door het geopende raampje aan te geven. De zak scheurde open en de sinaasappeltjes rolden over het perron waar ik mijn moeder met betraande ogen steeds kleiner zag worden.

Op het eiland Schiermonnikoog stonden destijds twee koloniehuizen. In welk van de twee ik verbleef weet ik niet meer maar omdat ik gedoopt was ligt het Roomse het meest voor de hand. Elk jaar logeerden daar zo'n 700 kinderen om aan te sterken. De gezonde zeelucht en de vele pap die je verplicht moest eten zouden daar wel voor zorgen. Je werd aangemeld op advies van de huisarts wanneer je net zoals ik last had van astma, bronchitis of wanneer je te mager werd bevonden. Met alle drie de aandoeningen was ik gezegend. Dat ik ook de hart en vaten problematiek had geërfd wist ik toen nog niet. Nog niet eerder was ik zo lang van mijn ouders gescheiden. De kinderen van mijn leeftijd hoefden daar niet naar school. Men ging dagelijks wandelen of spelletjes doen. Ik herinner me dat we knipten en plakten en slingers maakten. Veel van hen hadden ongetwijfeld net zoals kleine Cor last van pijn in de onderbuik. Na 3 volle maanden, in plaats van de afgesproken 6 weken mocht ik eindelijk naar huis. Gedurende die hele periode was ik ziek geweest door de heimwee vertelde moeder me later. Vanwege een hevige storm kon de boot die dag niet varen en moesten we ook nog een nachtje langer blijven. Alle ouders stonden die dag tevergeefs op het station te wachten want in die dagen had nog bijna niemand een telefoon. Echt aangesterkt kwam ik er dus niet vandaan, eerder zwakker. Wat was ik blij toen ons mam mij weer in haar armen sloot en knuffelde. In 1972 stopte men met deze gezondheidskolonies. Waarschijnlijk omdat de kneusjes op waren. Mijn blijdschap over de hereniging was echter van korte duur. Het ging thuis niet best tussen mijn ouders. Moeder nam op een dag de kuierlatten. Ze ging met mij in het Tilburgse Pieter Vreedepad wonen. Pas vele jaren later vernam ik dat ze voor mijn vader niet veel in het huis had achtergelaten. Het bed, 'n tafel met een stoel en borden met wat bestek. Precies datgene wat bij wet verplicht was. We vertrokken vanaf de Beeksedijk naar het Pieter Vreedepad. Alweer naar 'n nieuw adres. We waren pas vanaf de Transvaalstraat op de Beeksedijk 125 gaan wonen.

    Pieter vredepad Tilburg Pieter Vredepad Tilburg   Pieter Vredepad Tilburg

 

Mijn speelkameraadje op een eerder huisadres aan de Transvaalstraat heette Joke van Erven. Een klein schriel manneke dat bij ons door de houten vloer van de wc was gezakt. "T ventje zat al tot z'n lippen in de stront zat. Met z'n vingertopjes kon hij zich nog net aan de rand vastklampen terwijl hij krampachtig z'n kin omhoog drukte om geen vuiligheiTransvaalstraat Tilburgd binnen te krijgen. De stront stond tot bijna aan de rand omdat de strontschepper nog niet langs was geweest met zijn paard en wagen. Moeder kwam op mijn hysterisch gegil af en was net op tijd om hem eruit te trekken. Gossie, wat stonk dat ventje. Het schoonwassen en poetsen heeft nog erg lang geduurd. We woonden destijds nog in de Transvaalstraat. Dat was tussen 1952 en 1955. Ik ben van 1950, dus oud waren we nog niet. De verhuizing  van de Transvaalstraat naar het huis aan de Beekse dijk was qua woning een hele vooruitgang. Achtien jaar later liep ik Joke weer tegen het lijf bij vrienden. Via deze vrienden leerde ik Helma kennen waarmee ik in 1975 trouwde. Acht maanden later overleed ze aan een staphylococcen infectie in de longen. Inschatingsfoutje van de toenmalige huisarts die de klachten afdeed als zijnde 'n griepje. Helma was op dat moment 7 maanden zwanger van ons eerste kind. 

Al tijdens de eerste weken op het nieuwe adres in dat Vredepadje nr 17 liep het niet gesmeerd tussen die twee. Daarom werd ik een paar keer bij tante Luus ondergebracht maar uiteindelijk moest ik toch uit huis worden geplaatst. Het jongenstehuis Huize Nazareth was gelukkig dichtbij. Mam probeerde van alles om me bij haar te houden maar dPius x kerk Tilburg Broekhoven 3at lukte niet. Het was duidelijk dat ik niet gewenst was. Vanwege haar baan op textielfabriek de Wolkat kon ze niet met mij blijven rondzeulen. Voordat de definitieve beslissing viel wilde ze nog één keer alles op alles zetten. Ze ondernam tijdens een hevig noodweer een laatste poging om terug naar mijn eigen vader te gaan. Na een aantal keren trekken aan de oude koperen trekbel ging boven op de slaapkamer het licht aan. Onze pap opende het raam op een klein kiertje. Frans, mag ik aub terugkomen? riep ze, terwijl de harde regen in onze gezichten striemde en onze kleding doorweekte! Mijne kleine kun je achterlaten maar jij komt er hier nooit meer in, snauwde hij haar toe. Tjezus, dat ik dát nog weet. Mijn vader stond bekend als een stijfkop die lang boos kon blijven. Soms wisselden ze om helemaal "niets" wekenlang geen woord met elkaar. Daar ging ons mam, als een verzopen kat, met hangende pootjes met mij op de arm via de Broekhovenseweg naar haar onderkomen. Vanuit mijn ooghoekjes kon ik nog net een glimp opvangen van de Pius 10 kerk waar ik regelmatig op het plein had gespeeld.

Moeder was radeloos en reddeloos in de situatie waarin ze opnieuw verzeild was geraakt. De opvang vanHuize Nazareth Tilburg 1958 pater Poels in Tilburg had gekund maar dat was geen definitieve oplossing. Ik zou hoe dan ook in het gesticht terecht komen. Juli 1958, een maand voor mijn 8e verjaardag vertrok ik met mijn bruine koffertje aan de hand van ons mam naar Huize Nazareth. In de jaren daarvoor had ik al regelmatig een ander dak boven mijn hoofd gehad maar deze keer was het definitief. Deze keer was het Huize nazareth Tilburganders want ik kreeg zo'n naar gevoel in de onderbuik. Ik kwam terecht in een roedel waar je continue op je hoede moest zijn, Al bij binnenkomst werd je voorzien van een persoonlijk nummer. Mijn onvergetelijke nummer was 39. Dat getal werd in je kleren genaaid en stond op het prive kastje in de zaal. Daarin kon je dan je dierbare spulletjes bewaren. Zo jong en al genummerd zijn vergeet je nooit meer. Je leerde bij de fraters van Tilburg al vanaf de eerste dag wat opvoeding inhield. Met twee woorden spreken en zorg dragen voor een goede persoonlijke verzorging. Ik stak er genoeg van op om dat later samen met m'n vrouw aan onze kinderen door te geven. Als je kan werken dan ga je ook werken voor je geld, respect toon je aan diegene die respect verdienen en zeker zo belangrijk, kom op voor jezelf. Bij een paar fraters zaten de handjes nogal los al herinner ik me niet dat ik ooit een oplawaai heb gehad. Dat gedrag hebben wij hier in huize Lauwerijssen uiteraard niet overgenomen. Onze kinderen hebben nog nooit een opduvel gehad. 
 

Ik had het geluk dat de zus van mam in de buurt woonde. Daarmee had ik toch het gevoel dat ze dichtbij me waren. Als mam niet hoefde te werken, of als ze daar op visite ging, kwam ze tegen alle regels in even binnen gewipt. Overdag zat ik op de b.l.o. school "Don Savio" van het internaat en soms kwam ze ook daar binnenwandelen. Ze hield het scherp in de gaten en het voortijdig bezoek werd getolereerd door de fraters. Overdag bleven de beide zussen eventjes stil staan om te kijken of ze mij zagen zitten. Dan werd er even gezwaaid waarna ze gearmd verder liepen. Allebei met zo'n idioot hoofddoekje of regenkapje van de Hema op hun hoofd. Daarna kon ik weer met frisse moed verder met de vele schrijfoefeningen, want schrijven met mooie lussen leerden we wel bij de fraters.
 

In het begin zat ik in de klas aan de straatzijde bij het raam. Vanachter het houten lessenaartje zat ik vaak naar buiten te turen. Een echte oplettende leerling was ik niet en daarom kreeg ik vaak een borstel tegen het hoofd gesmeten of een ferme tik met de liniaal op de vingers. Altijd was ik afwezig en als ik eerlijk ben is dat tot op de dag van vandaag zo gebleven. Meer zo'n verstrooide professor die het verkeerde antwoord geeft omdat hij de vraag niet hoorde. Mijn gedachten komen nooit tot rust, zelfs niet als ik slaap want zelfs dan sla ik volgens mijn vrouw wartaal uit en lijkt het alsof er een mohammedaan ligt te jammeren. Je was weer eens goed bezig vannacht, het lijkt wel Arabisch zegt ze dan, ik doe geen oog dicht met jou. Het meeste wat je in het leven overkomt verwerk je of heb je een plekje kunnen geven. Ondanks dat ik goed kan relativeren zijn er ongewild nare herinneringen blijven zitten. Ik kan ontiegelijk ver teruggraven in mijn verleden en helaas werkt dat niet altijd in je voordeel. Hoe oud ben je als je voorop in een fietsstoeltje of op het piespotje zit, met de bromtol speelde, stepte of in een driewieler rond sjeesde? Ik bedoel maar! Ter illustratie wat vergelijkbare afbeeldingen. 

 

Bromtol    Driewieler   Fietsstoeltje  ouderwetse houten step

                                                                                                                                                             
Cor Lauwerijssen.[Puk en Muk site naar een idee van
Lauwke Tod.] Alle rechten op de inhoud voorbehouden.