Cor Lauwerijssen biografie deel 5

Moeder liet Frans na 8 jaar voor wie hij was en vertrok met mijn zusje naar België. Mijn zusje Sjannie ging daar met een baret op haar hoofd en in kostuum naar school. Ik kreeg een voogd, Mijnheer Wil van den Boogaart, en een kosthuis toegewezen. Ik was zijn allereerste pupil. Recht tegenover de oude brandweerkazerne in de Capucijnenstraat op nr 52 woonde de familie Looimans. Slechter had ik het niet kunnen treffen. Emiel een oudere jongen die daar inwoonde rommelde met de vrouw des huizes. Dat was voor mij de eerste seksuele voorlichting en dan nog wel live. De fles thee die ik mee naar mijn werk kreeg zat vol theebladeren omdat ze te weinig had om 3 flessen te vullen. De derde fles, dat was de mijne, werd aangevuld met koud water uit de kraan. Ik schaamde me dood in de schaftkeet van Ruts Bouw en Montage uit Tilburg. Ik werkte destijds mee aan de nieuwbouw van het pand "Het Nieuwsblad van het Zuiden". Wim Machielsen was de uitvoerder die me langs alle kanten de handen boven het hoofd hield. Ik ben er bijna verongelukt toen er een steigerplak verkeerd lag. Hij zag nog net kans om me met één hand bij m'n lurven te grijpen. Een hele aardige vent. Met Roelie ging ik s ávonds plafonds timmeren voor dat extra zakcentje. Ad, een van de werkmannen zei dat ik met die fles slootwater naar mijn voogd moest gaan. Eet eerst je boterhammen op en ga dan maar anders komt het er niet van. Wij regelen wel dat het je niks kost jongen want dit is te gek voor woorden. Ik vertrok met mijn knapzak, rechtstreeks naar de kinderbescherming. Binnen een paar dagen verhuisde ik naar de Vazalstraat bij de familie Smulders. Daar hadden ze al oudere jongens in huis die van Huize Nazareth vandaan kwamen. De kamerdeur was bijna altijd op slot en op de ijskast zat een slotje. Kon je als je van buiten kwam via de keuken direct naar je slaapkamer. In de woonkamer mocht je in het geheel niet komen. Annie en Nico hadden een dochter die getrouwd was met ene Kees. Voor hem heb ik een tijdje reclame rondgebracht. Ik deed van alles om mijn eigen kostje te scharrelen. Het was goed volk, waar ik later nog eens langs ben geweest.

Na enkele maanden vertrok ik samen met Jack naar Oisterwijk en zó kwam ik bij Sjaan en Leo terecht. In eerste instantie zou Jack daar alleen gaan wonen en reed ik zomaar met hem mee. Ze adopteerden mij ook omdat ik in Tilburg niet echt gelukkig was. Dat moest natuurlijk wel eerst via de voogd geregeld worden. Wil ging later in Berkel Enschot wonen waar ook Rutger Lommerse van Puk en Muk en de Moddermannen woont. Sjaan en Leo zijn prima mensen waarmee ik nog steeds contact heb. Een paar keer per jaar komen ze bij ons op bezoek. Net voordat ik uit Huize Nazareth vertrok kreeg ik nog een briefje van ons mam waarin ze schreef dat ze met Theo en mijn zusje inmiddels in Antwerpen woonde. Ergens aan de Britse of de Keizers Lei. Ze had gewacht tot ik weg mocht en zou dan die Jan Doedel na acht jaar huwelijk definitief verlaten. Het was hun bedoeling om later in Breda te gaan wonen. Toen ik via de familie vernam dat ze daar inmiddels woonden ging ik er met de trein heen om eens een kijkje te nemen. Ze zaten netjes te wonen en beheerden daar enkele pensions voor mevr. Otten waardoor hun woonlasten erg laag waren. Het was in 1969 dat ik na bijna 3 jaar, voor het eerst ons mam weer terugzag en kennis maakte met Theo waar ze bijna 25 jaar mee samenleefde. Van het een kwam het ander en ik vertrok naar Breda aan de Ginnekenweg 104 omdat een relatie in Oisterwijk vanwege vooroordelen werd tegengehouden door ouders. Ik koos voor een nieuwe start en een nieuwe baan waar ik overigens bijna vier keer zoveel ging verdienen.

Theo was geen verkeerde. Iedereen vond hem aardig en hij zag er ook altijd verzorgd uit. Jammer dat hij te vaak de kroeg indook om met zijn vingertje te zwaaien. Als je dikwijls een rondje geeft ben je al snel populair. Als zijn geld was gestort moest hij eerst de kasteleins gaan afbetalen en dan was er niks meer over voor de rest van de maand. Hij leende regelmatig bij mij en ik kreeg het ook altijd weer netjes terug. Maar in principe holde hij altijd achter de feiten aan. Hij was vaak te vinden in het Wiener cafe van Nel en Louis v/d Kaa , in den Belgiek bij Joke en Koos, of in de kroeg van Kees Konings, de vader van Corrie Konings. Ik kwam er ook wel eens aanwippen voor een cola of om ze op te halen als er geen geld meer voor de taxie was. In het eerstgenoemde cafeetje kwam ook de broer van de bekende kruidendokter "Willem Van de Moosdijk". Regelmatig moest Theo even met hem naar een of ander bos net buiten Breda een ritje maken om geld uit de grond te halen dat daar lag verstopt. Voor dat ritje kreeg hij dan 100 piek die aan het eind van de avond in de kassa van de kroegbaas lagen. Theo en zijn oudste zoon, die later ook in Breda kwam wonen waren niet de figuren waar je snel ruzie mee kreeg. Wilde je toch heibel dat kon je het krijgen ook. Beiden waren voor de duvel niet bang en gingen voor niemand opzij. Ik zat er wel eens midden tussenin. Theo leeft inmiddels niet meer.

Met de grote Communie in 1962 moesten we in het pak voor de communiefoto. Linksonder de frater die in het midden staat afgebeeld ben ik te zien. Addie Seuren is het bruintje en de broertjes de Bruin en Maas zijn ook aanwezig. Kort geleden kreeg ik een emailtje dat Rob in Amerika aan kanker is overleden. Ik kan me hem nog zo voor de geest halen. De Maasjes en de Bruintjes waren geen slechteriken. Een neef van Jeannette trouwde ooit met een zusje van de Bruin. Wel toevallig allemaal. We kregen ook een prentje uitgereikt bij de communie. En de gelofte die ik moest afleggen ken ik nog steeds uit mijn hoofd. Ik beloof trouw aan Christus mijn Koning, ik zal heel mijn leven lang: God eren, God dienen, God beminnen en mijn evennaaste lief hebben als mijzelf. Naar die afgelegde belofte heb ik getracht te leven.

Tilburg was in de vijftiger jaren een stad volop in ontwikkeling. Een stad waar velen werkzaam waren in een van de textielbedrijven. Een groot aantal hiervan noemde men in een adem toddenketen. Maar je had er wolververijen, spinnerijen, blekerijen, de Volt en natuurlijk AaBe wollen stoffenfabriek. De mensen werden uitgebuit. Het had veel overeenkomsten met de leefsituatie in het begin van de vorige eeuw. Toen verlieten, gedwongen door de minimale levensomstandigheden duizenden mannen hun gezin om op honderden kilometers afstand te werken. De werklui die huis en haard verlieten schoten er bar weinig mee op. Ze werden door de rijke werkgevers handig van hun zuurverdiende geld afgeholpen. Boodschappen moesten worden gekocht in winkels die eigendom waren van diezelfde werkgever en ook voor de slaapplek moest worden betaald. Men verdiende zo weer dik aan het werkvolk. Op die manier vloeide het geld met dikke winst weer terug naar de grote hoop. Uitbuiting van het eigen volk in crisistijd. Die tijd komt terug. Ik wil alleen maar illustreren hoe kapitalisten te werk gaan en aan hun geld komen. Men verdiende slechts een schamel loontje en het inkomen was net genoeg om niet de hongerdood te sterven. De tijd van Colijns gratis viskoppen soep lag bij menigeen nog vers in 't geheugen. Men at oud brood of beschuit, gedompeld in warme melk met suiker, de zogenaamde brood of beschuitenpap. Borden vol heb ik er van opgegeten.

De mensen die deur aan deur hun goederen aan de man probeerden te brengen zijn inmiddels uit ons straatbeeld verdwenen. De voddenboer en de schillenboer kwamen met de bakfiets of paard en wagen langs de deur en als vergoeding kreeg je een windmolentje of een dubbeltje. Je zag ook de scharensliep in de straat. Eens in de zoveel tijd kwam hij langs en dan riep hij: De schárensliep, de schááárensliep. Voor al uw scharen en messen, de schárensliep!!!!!

De haring werd aan de deur verkocht door de haringman en bij de ijscoman kocht je een ijsje voor een duppie. Alles ging met de kar of met paard en wagen. Je zag dan ook regelmatig een op hol geslagen paard door Tilburg rennen en dat liep niet altijd goed af. Via het spoorpadje langs de stalen brug over het Wilhelmina kanaal fietste moeder de kortste weg naar oma in Oisterwijk.

 

Aan het stuur hing het kinderstoeltje met windschermpje waarin ik zat. We gingen met een bochtje om een paar bewoonde seinwachters huisjes heen en het geluid van de wind en de voorbij razende trein hoor ik nóg in mijn oren. Auto's zag je toen nog niet veel en busvervoer werd geregeld door de Zuidooster. Als we vanwege slecht weer met de bus van Tilburg naar Oisterwijk reisden werd er door de mensen volop gezongen. "Oh mein papa" was er 'n voorbeeld van. Nu zeggen ze mekaar geeneens gedag meer en de jeugd staat ook niet op om een ouder iemand een zitplaats te gunnen. Met lauw water werd je één keer per week in een ovale zinken teiltje met groene zeep gewassen. En als moeder zich waste, gingen de gordijnen dicht en moest ik naar buiten. De televisie die we later hadden ging uit omdat ze dacht dat die man haar anders kon bekijken. Hoe naïef waren ze in die tijd.

 

De tijd van het driegaats of plattebuiskachel , gevuld met eierkolen, antraciet of hout en de platte buis met daaromheen een verchroomde stang waaraan je wasgoed hing om te drogen. Kacheltjes die gezien de huidige energieprijzen over een paar jaar heel goed van pas kunnen komen. De tijd van de hoofddoekjes,de regenkapjes en de solex, alpinopetjes en lange jassen.

 

 

Tilburg met het prachtige Leipark met zijn mooie vijvers waar twee van mijn kleine vriendjes schuilend onder een boom door de bliksem werden getroffen en gedood. Voor wie het nog niet wist. Ik ben ondanks dat we er zelf drie hebben als de dood voor paarden, onweer en spinnen en allerlei andere insecten.



Tilburg ook met het schitterende Wilhelminapark waar velen op zondagmiddag bij mooi weer vertoefden. Aan datzelfde park lag het meisjestehuis Maria Goretti dat werd gerund door de nonnen en waar ik eens met twee anderen stiekem via een raam door een van de meiden werd binnengelaten. Meiden, zo gek als een mus op de slaapzaal, bijna of helemaal in hun blootje. Wat we ermee aanmoesten wisten we toen nog niet. Tilburg was volgebouwd met internaten leek wel. Wat opviel waren de groepen kinderen die keurig netjes, twee aan twee, door de stad wandelden met achteraan een frater of non. Wie had ooit kunnen bedenken dat ook ik een paar jaartjes later in zo'n rij zou meelopen. Veel huwelijken hielden door de jarenlange misère geen stand en kinderen werden steeds vaker uit huis geplaatst. Internaten brachten dan uitkomst. De fraters en de nonnekes deden gezamenlijk goed werk maar of elk kind daar thuishoorde is nog maar de vraag.

Cor Lauwerijssen.[Puk en Muk site naar een idee van Lauwke Tod.] Alle rechten op de inhoud voorbehouden.